Informatiepunt

Praktijkvoorbeeld

"Zet mensen aan het roer van hun eigen carrière, dat maakt ze succesvoller en gelukkiger in hun werk", aldus Ruud Visser, HR-director bij Experis. Met een team collega's uit alle lagen van de organisatie ontwikkelde hij een methode om mensen optimaal te laten presteren.

MVO Summer School 2012

30 augustus: Loes Knotter & Roel in 't Veld

Wat komt er kijken bij het goed aansturen van duurzame ontwikkeling? Die vraag stond centraal tijdens de achtste en laatste sessie van de MVO Summer School (30 augustus). Aan de hand van een beoordeling van de huidige stand van zaken in duurzame ontwikkeling introduceerden Loes Knotter (managementadviseur duurzame ontwikkeling)  en Roel in ’t Veld (bestuurskundige en hoogleraar) het nieuwe begrip ‘Transgovernance’.

Waar vandaan en waarheen?

Knotter trapte af met de stand van zaken op duurzame ontwikkeling ‘waar komen we vandaan en waar staan we nu?’ Ze begint haar verhaal bij de klimaattop in Rio in ’92. “Toen heerste optimisme en geloof in de overtuiging dat (via nationale overheden) lokale partijen, bedrijven en organisaties de klus zouden klaren. 20 jaar later, in 2012, ging de top bijna geruisloos aan ons voorbij. Hoe komt dat?”, vraagt Knotter. Te weinig vertrouwen in grote bedrijven en nationale overheden, blijkt uit de Generations Roadmap. Het meeste vertrouwen heeft men in wetenschappers en NGO’s.

Ook de deelnemers aan de Summer School hebben nagedacht over deze vraag. Knotter heeft de resultaten verwerkt in haar presentatie. Conclusie: ook de deelnemers zien de overheid als de afwezige partij die zich teveel laat leiden door de korte termijn. De inzet van bedrijven wordt juist als sterk punt gezien, omdat zij steeds actiever en innovatiever te werk gaan.

Politieke daadkracht

En waarom is er nog zo weinig gerealiseerd van de plannen in ‘92? “In de eerste plaats door gebrek aan politieke daadkracht en het onvermogen om internationaal (en intercultureel) samen te werken”, zegt Knotter.  “Toch zijn er volop kansen en visies, bijvoorbeeld op het gebied van duurzame energie en zero impact. Maar ook bedreigingen. De footprint neemt in rap tempo toe.

Twee strategieen

De rol van bedrijven wordt wel steeds groter, volgens Knotter. Hoe kunnen zij een bijdrage leveren? Knotter onderscheidt twee strategieën. De eerste optie is dat bedrijven meer doen met de bronnen die ze gebruiken, dat ze zuiniger worden, minder afval produceren en minder consumeren. Een andere strategie leunt op natuurlijk optimisme door te beargumenteren dat de mens altijd in staat is milieu- en andere problemen  slim op te lossen met technologie.  Toch vinden de deelnemers en blijkt uit onderzoek van Knotter dat de overheid de leiding zou moeten nemen. Ze verwachten onder andere dat de overheid randvoorwaarden creëert om op lange termijn te kunnen investeren.

Multi-stakeholderinitiatieven

Uiteindelijk laat Knotter een schema zien waaruit blijkt dat multi-stakeholderinitiatieven het meest effectief blijken te zijn. Coalities waarin overheid, bedrijven en NGO’s samenwerken rondom concrete MVO issues in een sector. De overheid dus niet als geïsoleerde partij, maar als partner.

Transgovernance

Na de pauze neemt Roel in ‘t Veld het stokje over met als thema ‘Transgovernance: sustainability governance in knowledge democracies’. Hij begint zijn verhaal met een paar algemene aandachtspunten over duurzame ontwikkeling:

  • Rio ‘92 heeft het begrip duurzaamheid geïntroduceerd met de 3 p’s. Dat betekent dat duurzame ontwikkeling vanaf dat moment niet meer te typeren is als ecologie, maar als trade off tussen verschillende dimensies.
  • Tot op heden hebben we geen mechaniscme kunnen vinden waarmee we een besliskader kunnen maken tussen deze dimensies. En kiezen tussen die dimensies is lastig.
  • De overstap van fossiele naar biobrandstoffen werd gezien als een enorme stap. Totdat men zich afvroeg wat er met de landbouwprijzen zou gebeuren als we een groot deel van het wereldareaal voor de ontwikkeling van biobrandstoffen gaan gebruiken. Wat doe je dan als prijzen stijgen? Het armoedevraagstuk zal versterken. Dat leverde gecompliceerde vraagstukken op, zowel op micro als op macroniveau.

“Mijn statement” , concludeert In ’t Veld, “is dat we eigenlijk niet weten wat duurzaam is. We weten wel wat niet duurzaam is. Als iets in alle drie de dimensies (de 3 p’s) niet duurzaam is, dan moet je het afkeuren. Daartussenin is verfijning nodig.”  

Culturele informaliteit

“En wat is het probleem met kwesties als het klimaat?”, vraagt In ’t Veld. “Bestuurskundig is het gevaarlijk, want het lukt niet om consensus te vinden. Waarom niet? Onderliggend aan het begrip duurzaamheid  ligt ook een soort culturele informaliteit. Op theoretisch niveau zou je in ieder geval centrale waarden moeten kunnen samenstellen, maar in de praktijk is dat te normatief geredeneerd. Ik beweer dat streven naar duurzame ontwikkeling eigenlijk gestoeld is op culturele dominantie.”  

Technische en sociale systemen

“Dan komt de vraag op: in wat voor soort samenleving leven we eigenlijk? In mijn denken bestaat de wereld uit technische en sociale systemen die totaal onvoorspelbaar zijn in hun aard. In sociale systemen wordt gedragsverandering gebaseerd op datgene wat er gebeurt. Een sociaal systeem adapteert alles wat het ziet, het overweegt en anticipeert. Het systeem gaat zich anders gedragen en van buiten kan je niet zien wat dat oplevert. Als je dat aanvaart, dan kijk je anders naar bestuurskunde“, aldus In ’t Veld.

En/en tijd

“Je zou onze tijd kunnen typeren als ‘en/en tijd’. Er zijn continu nieuwe ontwikkelingen en het oude en nieuwe moet een verhouding tot elkaar vinden. Als er meer sociale media komen, dan verdwijnen de oude media bijvoorbeeld niet, maar ze krijgen een andere verhouding. Onze tijd kenmerkt zich ook door permanente overtolligheid. Er zijn teveel beslissers naast elkaar. Misschien is de diepste notie dat onze wereld zich kenmerkt door de noodzakelijke simultane wereld van tegenstellingen. In de wereld van nu hebben schaalvergroting en verkleining elkaar nodig. Het een is alleen maar draaglijk als het ander er ook is.“

Reflexiviteit

“Als je wilt sturen dan moet je ook het idee van reflexiviteit op jezelf toepassen. Dan werk je aan je eigen ineffectiviteit. In ’t Veld illustreert dit. “Het idee van de configuratietheorie is: organiseren betekent een gemeenschappelijk perspectief op waarden creëren (waardegemeenschap). Als de muren om die gemeenschap heen te hard worden, ben je niet meer in staat te reflecteren. En dan ben je niet meer ontvankelijk voor besturing.”  

Van interventie naar intraventie

“ Het idee van bestuurders om iets van buitenaf aan te sturen is eigenlijk volkomen idioot. Een psycholoog gaat ook niet echt interveniëren, maar gaat de interactie aan.” In ’t Veld bepleit ‘van interventie naar intraventie’. En dat is volgens hem de dood in de pot voor klassieke bestuurskunde. “Wat vraagt dit van nieuwe bestuurders? Van binnenuit verandering sturen? Je kunt alleen zinvol over duurzame ontwikkeling praten vanuit de assumptie van culturele dominantie. Maak het klein en behapbaar. Elke transitie die slaagt, vindt plaats. En wat op niche niveau gebeurt moet een zekere verhouding hebben ten opzichte van de overheid en de heersende regimes. Multi level relaties bepalen of transities werken of niet.” Hiermee sluit In ‘t Veld zijn betoog af.  

Bekijk hier de presentatie van Loes Knotter en de presentatie van Roel in 't Veld.