Wat is MVO?

Overheidsbeleid voor MVO

De Rijksoverheid wil bedrijven helpen het maximale uit hun MVO-beleid te halen, door bewust om te gaan met dilemma's en de dialoog over MVO actief aan te gaan. De overheid helpt bedrijven op verschillende manieren, bijvoorbeeld door te voorzien in praktische handleidingen, het bundelen van kennis, door duidelijke kaders af te spreken en zelf duurzaam in te kopen.

Voorlichting aan bedrijven

De overheid ondersteunt verschillende organisaties die bedrijven bijstaan met informatie en advies over MVO. De volgende twee organisaties spelen hierin een grote rol: MVO Nederland en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. De website Ondernemersplein maakt ondernemers wegwijs in regels, vergunningen en subsidies van de Nederlandse overheid.

Transparantie

De overheid vraagt bedrijven transparant te zijn over hun MVO-beleid en -activiteiten. Een goede verslaglegging van de MVO-inspanningen van een bedrijf stelt belanghebbenden in staat om met het bedrijf in gesprek te gaan. Dit geeft het bedrijf de mogelijkheid zich te versterken met opbouwende kritiek van zijn belanghebbenden. Door de Transparantiebenchmark biedt het ministerie van Economische Zaken inzicht in de wijze waarop Nederlandse bedrijven verslag doen van hun MVO-activiteiten.

De Richtlijn 400 van de Raad voor de Jaarverslaglegging (RJ) geeft aan welke informatie het jaarverslag van een onderneming moet bevatten. Daar hoort ook het geven van informatie over MVO bij. De Handreiking voor Maatschappelijke verslaggeving is een conceptueel kader voor afzonderlijke maatschappelijke verslaglegging voor middelgrote en grote ondernemingen. In tegenstelling tot de Richtlijn 400, is toepassing van de Handreiking niet verplicht.

OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen

De overheid verwacht dat Nederlandse bedrijven zich in het buitenland aan de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen houden. Dit is een veelomvattende internationale gedragscode met aanbevelingen over kwesties als kinderarbeid, arbeidsverhoudingen, mensenrechten, schade aan het milieu en corruptie.

Elke OESO-lidstaat heeft een Nationaal Contactpunt (NCP) dat bedrijven adviseert over het toepassen van de OESO-richtlijnen. Wanneer dit tot verschillen van inzicht leidt tussen bedrijven en haar stakeholders kan dit door alle partijen bij het NCP worden gemeld. Het NCP treedt in dat geval op als onafhankelijke bemiddelaar bij het oplossen van het probleem. Hierdoor kan escalatie en reputatieschade worden voorkomen.

Daarnaast helpt de overheid exporterende bedrijven met investeringssubsidies en exportkredietgaranties. Alleen bedrijven die zich aan de OESO-richtlijnen houden komen hiervoor in aanmerking.

Ketenverantwoordelijkheid

In haar beleidsbrief ‘Maatschappelijk verantwoord ondernemen loont’ heeft de Nederlandse overheid aangegeven dat zij van bedrijven verwacht dat zij internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen. Dat betekent dat een bedrijf zich bewust moet zijn van zijn potentiële negatieve effecten op de wereld, rechtstreeks en via zijn keten van leveranciers en afnemers. En dat hij deze MVO-risico’s moet proberen te voorkomen, verminderen en genezen.

Bij 13 Nederlandse sectoren gaat de overheid een stap verder. Zij stimuleert deze sectoren om afspraken te maken over een gezamenlijke aanpak van MVO-risico’s in de keten (IMVO-convenanten). Het gaat om de volgende sectoren: bouw, chemie, detailhandel, energie, financiële sector, groothandel, hout en papier, land- en tuinbouw, metaal, elektronica, olie en gas, textiel en kleding, en voedingsmiddelen.

Sinds 2008 werken de partijen binnen de Sociaal-Economische Raad (SER) samen aan het bevorderen van internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen. De SER heeft een commissie IMVO ingesteld die hier invulling aan geeft. In 2014 heeft de commissie het Stappenplan MVO-risicomanagement gepubliceerd.