Skip naar content

Actal onderzoek naar duurzaam inkopen miskent complexiteit duurzaamheid

11 december 2012

NRC Handelsblad kopte zaterdag 8 januari: Duurzame inkoop overheid kost veel en levert niets op. In reactie daarop schreef MVO Nederland onderstaand opiniestuk.

kop uit NRC

Actal presenteert in het deze week verschenen advies aan staatssecretaris Atsma (Milieu) een analyse van de kosten die zijn gemoeid met het voldoen aan de duurzaamheidseisen die de overheid sinds dit jaar aan bedrijven stelt. Hun hoofdboodschap is dat duurzame inkoop door de overheid veel kost en niets oplevert. Daarmee miskent Actal de complexiteit van het vraagstuk duurzaamheid en de maatschappelijke relevantie van duurzaam inkopen.

Verduurzaming van de economie veronderstelt dat externe kosten geïnternaliseerd moeten worden.

Een fundamenteel probleem van onze huidige economie is dat maatschappelijke en milieukosten onvoldoende in de prijs worden meegenomen. Zo worden bij het gebruik van energie de maatschappelijke effecten van bijvoorbeeld de uitstoot van CO2 nog steeds nauwelijks in de marktprijzen verwerkt. De rekening wordt doorgeschoven naar toekomstige generaties. Daardoor is 'groene energie' thans vaak duurder dan 'grijze energie'. Er wordt bij de huidige prijsberekening alleen gekeken naar directe en niet naar indirecte kosten op de lange termijn. De kosten van duurzame energie, of - een ander voorbeeld - van biologisch vlees, zijn niet te hoog, maar de kosten voor grijze energie of regulier vlees zijn te laag. Alleen al hierom heeft het weinig zin om te beargumenteren dat bedrijven extra moeten betalen vanwege duurzaam inkopen. Criteria voor duurzaam inkopen dragen juist bij aan herstel van de weeffout die we momenteel in ons economisch systeem hebben.

Investeringen in duurzaamheid zijn geen 'bedrijfsvreemde kosten'

In het onderzoek van Actal wordt een onderscheid gemaakt tussen bedrijfseigen kosten en bedrijfsvreemde kosten. Bedrijfseigen kosten zijn investeringen die bedrijven toch al zouden doen, ongeacht het overheidsbeleid. Bedrijfsvreemde kosten zijn extra investeringen die bedrijven moeten doen om aan wet- en regelgeving te voldoen. Dit onderscheid is bij duurzaamheid niet hard te maken. Een groot deel van de investeringen die bedrijven nu doen om te kunnen voldoen aan de duurzaamheidscriteria van de overheid moeten zij uiteindelijk toch doen. Niet alleen omdat de overheid het graag wil, maar omdat ze een reflectie zijn van de maatschappelijke verwachting. De zogenaamde 'license to operate' van bedrijven valt of staat met de maatschappelijke acceptatie van hun activiteiten en het waar mogelijk beperken van hun impact op duurzaamheid. De wens van de overheid om duurzaam in te kopen is daarmee geen losstaande gril van een aantal beleidsambtenaren, maar eerder exemplarisch voor de groeiende verwachting die de maatschappij heeft van bedrijven. Bedrijven die hier geen oog voor hebben verliezen op de langere termijn hun bestaansrecht. Zij zullen niet alleen de overheid als klant verliezen, maar ook andere klanten. Daarmee zijn de investeringen van bedrijven in duurzaamheid per definitie niet bedrijfsvreemd, maar één op één gelinkt met hun eigen voortbestaan.

Koplopers worden beloond door duurzaamheidseisen van klanten

 

Het basisidee onder het duurzaam inkoopbeleid van de overheid is dat het bedrijven beloont die wel investeren in duurzaamheid. Een groeiend aantal bedrijven is al jaren met duurzaamheid bezig. Het hoort tot de kern van hun strategie om in de bedrijfsvoering met maatschappelijke vraagstukken bezig te zijn. Deze bedrijven hoeven helemaal geen extra investeringen te doen om aan de eisen van de overheid te kunnen voldoen. Sterker nog, zij leggen de duurzaamheidslat voor zichzelf veel hoger dan de overheid doet. De veronderstelling dat 'het bedrijfsleven' collectief allerlei extra investeringen moet doen, klopt dan ook niet. Het gaat hier vermoedelijk juist om die bedrijven die voorheen weinig boodschap hadden aan duurzaamheid en die nu verrast zijn door de voornemens van de overheid. Het verdient aanbeveling deze bedrijven te stimuleren nu in duurzaamheid te investeren, zodat zij voorbereid zijn op de steeds sterkere vraag naar duurzame producten. Koplopende bedrijven profiteren in de tussentijd van hun voorsprong en dat hebben zij ook verdiend.

 

Het simpelweg berekenen van nalevingskosten van het duurzaam inkoopbeleid is dus geen goede basis om dit beleid ter discussie te stellen.  De huidige 1.0 versie van duurzaam inkopen door de overheid zien wij als een eerste aanzet. Er wordt inmiddels op diverse terreinen gewerkt aan 2.0 versies. Denk bijvoorbeeld aan het onderzoek dat de grond-, weg- en waterbouw is gestart naar innovatieve aanbestedingsmethoden. Op basis van signalen van de bedrijven en organisaties waarmee MVO Nederland samenwerkt hierbij enkele suggesties voor de volgende fase:

 

•1.      Handhaaf de minimumcriteria, maar stel daarnaast vooral doelcriteria.

 

Om de achterblijvers te blijven stimuleren en om de grootste duurzaamheidsissues aan te pakken, moeten de minimumcriteria gehandhaafd blijven. De nadruk moet echter liggen op doelcriteria waarbij bedrijven worden gestimuleerd om zelf de meest relevante duurzaamheidsinspanningen te definiëren. De ervaring van MVO Nederland leert dat bedrijven prima, zelfs beter dan de overheid, in staat zijn om zelf te formuleren wat in hun ogen de meest relevante insteek is om duurzaam ondernemen vorm te geven. Basisvereiste is dat bedrijven transparant zijn en open staan om hier met stakeholders over in overleg te gaan.

 

•2.      Ga verstandig om met de bewijsvoering.

 

In het onderzoek wordt terecht opgemerkt dat er veel administratieve lasten gemoeid zijn met de vele certificeringen die bedrijven moeten overleggen om in aanmerking te komen voor een duurzame opdracht. Met name MKB-bedrijven hebben hier moeite mee. Ga als overheid dus verstandig om met de bewijsvoering. Certificering kan in sommige gevallen zeker meerwaarde hebben, vanwege de duidelijkheid die zij verschaft. Eigen verklaringen echter kunnen ook erg goed werken, mits aan de randvoorwaarden van transparantie en hoor en wederhoor is voldaan. De overheid zou moeten onderzoeken of zij zou kunnen aansluiten bij (delen van) de zelfverklaring die het NEN momenteel in samenwerking met MVO Nederland opstelt. Zo worden bedrijven gestimuleerd zelf na te denken over zinnige duurzaamheidsinspanningen en wordt het denken in afvinklijstjes ontmoedigd. 

 

•3.      Wees niet te bang om ambitieus te zijn!

 

In een aantal, ook de door Actal onderzochte, sectoren zijn de criteria gelijk aan reeds bestaande wettelijke verplichtingen. Dit is vooral voor koplopers uit deze sectoren een doorn in het oog. Iedereen moet aan wettelijke verplichtingen voldoen, dus het concurrentievoordeel van duurzame bedrijven wordt hiermee teniet gedaan. Actal stelt voor die criteria dan maar te schrappen. De overheid zou ook het tegenovergestelde kunnen doen. Stimuleer bedrijven die hun nek uitsteken door criteria te stellen die voor de mainstream bedrijven ambitieus zijn en die koplopers belonen. Zo kan de overheid haar marktmacht effectief inzetten.

 

•4.      Zorg bij het opstellen van een duurzaamheidsagenda voor een ordentelijke stakeholderdialoog.

 

Vaststellen wat duurzaamheidsdoelen zouden moeten zijn, is niet alleen een aangelegenheid van de overheid. Bij bedrijven is het al enige tijd goed gebruik om in overleg met verschillende stakeholders het MVO-beleid vast te stellen. De overheid kan door middel van stakeholderdialoog tot een duurzaamheidsagenda komen die breed gedragen wordt, ook door het bedrijfsleven. Bovendien voorkomt deze aanpak dat de agenda teveel wordt beïnvloed door (politieke) korte termijn belangen, waardoor de criteria te vaak worden aangepast. De zojuist verschenen ISO 26000 richtlijn biedt nuttige aanknopingspunten voor het voeren van een stakeholderdialoog, ook voor overheden.

 > Lees hier de reactie van Jan Bom, van magazine P+.

 > Lees hier de reactie van De Groen Zaak. 

 > Lees hier de reactie van VNO-NCW

11-01-2010

Willem Lageweg/Lobke Vlaming

MVO Nederland

 

Terug naar hoofdnavigatie

Samen veranderen